Persbericht: "Capaciteitstarief is slechts een eerste stap"

22 november 2022

Met de invoering van het capaciteitstarief zet Vlaanderen een noodzakelijke stap in de energietransitie. Het capaciteitstarief zal huishoudens die hun verbruik slim sturen, belonen en gezinnen die niet bewust omgaan met hun netverbruik extra laten betalen. Helaas zal de invoering van het capaciteitstarief echter niet het beoogde effect geven om het verbruik van het distributienet te verlagen tijdens de piekmomenten, aldus EV Belgium. ”Elektrische wagens zijn een grote verbruiker, maar het tijdstip van het laden is ook belangrijk. Dat kan overdag, al dan niet gekoppeld aan zonne-energie, of overnacht wanneer het verbruik van bedrijven en gezinnen veel lager is” stelt Jochen De Smet, voorzitter van EV Belgium. Het debat om elektrische wagens buiten de piekmomenten te laden, moet volgens EV Belgium dringend opgestart worden, omdat de uitrol van elektrische voertuigen op dit moment op kruissnelheid aan het komen is.

Wat doet het capaciteitstarief?

Het klinkt voor de hand liggend, maar elk huishouden heeft een verschillend verbruik doorheen de dag naar gelang van het gedrag binnen dat huishouden. Het capaciteitstarief zal gebruikers ertoe aanzetten hun verbruik te spreiden om zo piekmomenten te voorkomen. Doel van deze spreiding is erop gericht om de pieken van de ‘Duck Curve’ – een weergave van de typische netbelasting met een kleine ochtendpiek en zeer uitgesproken avondpiek – te spreiden en te beperken. Door op maandbasis de piekmomenten van elk huishouden te registreren, zullen gezinnen die pieken vermijden, geen extra netkosten hebben.

Impact op netbelasting

Hoewel het capaciteitstarief gezinnen ertoe zal aanzetten om hun verbruik te spreiden, is het capaciteitstarief niet voldoende. Het tarief zet mensen ertoe aan om hun wagen relatief traag te laden over een langere periode, en dus bij thuiskomst meteen het laden op te starten. Dat betekent jammer genoeg ook het versterken van de avondpiek, het moment waarop ook de warmtepompen volop beginnen te draaien en gezinnen vandaag al meer verbruiken.

EV Belgium benadrukt daarom dat het capaciteitstarief geen oplossing is voor de sterke groei aan zero-emissievoertuigen in België. Naar schatting rijden er vandaag al meer dan 70 000 EV’s rond en zullen er in 2023 tussen de 60.000 en de 100.000 elektrische voertuigen bijkomen. In 2023 zal volgens EV Belgium de avondpiek alleen maar toenemen door de snelle groei aan voertuigen. Wanneer de Vlaamse regering vasthoudt aan haar ambitie om tegen 2029 enkel nog zero emissie voertuigen te laten inschrijven en de verkoop van personenwagens opnieuw aantrekt, zullen er in Vlaanderen in 2030 meer dan 1.8 miljoen volledig elektrische wagens rondrijden. Bijsturen gaat niet zo snel maar is dus dringend nodig.

Time of use en flexibiliteit

Om de piek echt af te vlakken zullen er volgens EV Belgium zogenaamde dynamische ‘time of use’ tarieven moeten komen.. De nettarieven zullen variëren in functie van de netbelasting doorheen de dag. Via slimme sturing kan het laadproces opgestart worden op het meest geschikte moment, in functie van de tarieven maar ook de persoonlijke voorkeuren van de gebruiker.

“Dit creëert ook een piek, maar één die op een gepast moment valt voor de netbeheerder, namelijk wanneer de vraag het laagste is voor het gehele net” stelt Jochen De Smet nog.

Daarnaast moet ook werk gemaakt worden van zogenaamde commerciële flexibiliteit. Daarbij gaat de netbeheerder producten in de markt zetten die helpen de vraag te sturen bijvoorbeeld bij dreigende overbelasting. Mits een kleine vergoeding kunnen consumenten hun laadgedrag verschuiven in functie van de netbelasting. Hierdoor kunnen netbeheerders vraag en aanbod op het net in evenwicht houden en lokale congesties op het net aanpakken.

“De massale uitrol van elektrische wagens zal het absoluut noodzakelijk maken om deze oplossingen concreet vorm te geven. Het capaciteitstarief is een eerste stap maar de duurzaamheidsambities om de fossiele wagens versneld uit te faseren vragen bijkomende maatregelen”, besluit Jochen De Smet.

Close